Skip to main content

Waarom trainen we tijdens Pilates zo vaak één kant tegelijk?

Tijdens een Pilatesles beweeg je regelmatig één arm of één been tegelijk. Dat noemen we unilateraal trainen. Maar waarom doen we dat eigenlijk?

We bewegen in het dagelijks leven zelden symmetrisch

Denk eens aan een gewone dag. Je loopt, stapt de trap op, tilt een boodschappentas, pakt iets uit een kast of staat even op één been om je schoen aan te trekken. Bij al deze bewegingen werkt één kant van het lichaam, terwijl de andere kant zorgt voor stabiliteit.

Juist daarom komen unilaterale oefeningen regelmatig terug in een Pilatesles.

De uitdaging zit niet in het bewegende been

Wanneer één arm of één been beweegt, gebeurt er veel meer dan alleen die beweging.

De echte uitdaging is dat je romp en bekken zo stabiel mogelijk blijven, terwijl je armen en benen bewegen. Daarbij spelen onder andere de schuine buikspieren en andere diepe rompspieren een belangrijke rol. Zij helpen om rotatie en zijwaartse beweging te controleren, zodat alleen dát beweegt wat hoort te bewegen.

Daardoor voelt een oefening met één bewegend been of één bewegende arm vaak zwaarder dan je zou verwachten.

Niet omdat je meer spierkracht gebruikt, maar omdat je lichaam voortdurend kleine correcties maakt om in balans te blijven.

Je ontdekt hoe jouw lichaam beweegt

Vrijwel niemand beweegt volledig symmetrisch.

Tijdens unilaterale oefeningen merk je vaak dat de ene kant stabieler, sterker of soepeler aanvoelt dan de andere.

Dat is heel normaal.

Ons lichaam kiest namelijk graag de makkelijkste weg. Wanneer één kant minder sterk of stabiel is, neemt de andere kant ongemerkt wat meer werk over. Dat noemen we compenseren.

Door beide kanten afzonderlijk te trainen, worden deze verschillen beter zichtbaar. Niet om links en rechts precies gelijk te maken, maar om meer inzicht te krijgen in je eigen bewegingspatroon en efficiënter te leren bewegen.

Controle vóór kracht

Bij Pilates draait het niet om zoveel mogelijk herhalingen of zo zwaar mogelijk trainen.

De vraag is steeds:

Kun je stabiel blijven terwijl één kant van je lichaam beweegt?

Pas wanneer die controle aanwezig is, wordt een oefening echt effectief.

Tot slot

Pilates draait niet om perfect bewegen.

Het draait om beter bewegen.

Daarom gebruiken we bij Fervor zowel unilaterale als bilaterale oefeningen. Bij bilaterale oefeningen bewegen beide armen of benen tegelijkertijd, terwijl bij unilaterale oefeningen één kant van het lichaam beweegt en de andere kant stabiliteit biedt.

Door beide vormen af te wisselen, train je niet alleen kracht, maar ook coördinatie, balans en bewegingscontrole.

Zo leer je hoe jouw lichaam samenwerkt, waar compensaties ontstaan en hoe je met meer controle en vertrouwen beweegt.

En misschien is dat wel de grootste kracht van unilateraal trainen.